Paramaccaners willen vrij toegang tot bosgebied in woonomgeving

The content originally appeared on: De Ware Tijd Online

24/10/2021 14:03

-
Ivan Cairo


PARAMARIBO
Bewoners van het Paamakagebied willen ongehinderd toegang hebben tot bosgebied in hun woonomgeving om in hun levensonderhoud te voorzien en voor economische activiteiten. Recentelijk zijn ze geconfronteerd met een ondernemer die beweert een deel van het Grankreekgebied in concessie van de staat te hebben gekregen en dat bewoners zich niet meer daar mogen begeven.

De Steungroep van de Paramaccaners, een vertegenwoordiging van
de lokale bewoners, heeft met de commissie Ordening Goudsector over
de grieven van de dorpelingen. “Het is totaal onacceptabel wat
gebeurt. Net zoals ik niet vanuit mijn woongebied naar Para of
Nickerie kan gaan om daar activiteiten op andermans terrein te
ontplooien is dat wat hier gebeurt voor ons onaanvaardbaar”, zegt
Gerard ‘Koejakoe’ Ceder, woordvoerder van de groep.

Vermoed wordt dat de vermeende goudconcessie niet volgens de
wettelijk vereiste procedure is afgegeven. Het traditioneel gezag
van de Paamakastam, onder wie de granman, is niet
geconsulteerd en is niet op de hoogte van de uitgifte van de
concessie in een deel van zijn leefgebied. “De granman
weet niks. A sani na wan fraude concessie a man seti
ini foto fu kon teki a presi nanga
geweld”, zegt Ceder.

Hij voert aan dat de ondernemer vergezeld van politieagenten en
militairen naar het gebied is gegaan om jongeren, die er aan
goudwinning doen, te verwijderen. Naar verluidt zou de ondernemer
met bouwactiviteiten bezig zijn op de concessie. De
Paamakagemeenschap hoopt dat na het gesprek met de OGS ze geen last
meer zal hebben van derden die onrechtmatig claims willen leggen op
delen van hun woongebied.

Traditioneel bosgebied

In een verklaring wordt aangegeven dat van oudsher het
Paramaccaanse gebied zich uitstrekt vanaf de monding van de
Pakirakreek aan de Marowijnerivier, in westelijke richting tot de
Tempatiekreek, zuidelijk tot de voet van het Lelygebergte en
oostelijk tot de samenvloeiing van de Lawa- en de Tapanahonyrivier
bij de Puluguduvallen aan de Boven-Marowijnerivier.

Grankreek aan de Marowijnerivier, het gebied dat nu door de
ondernemer als concessie wordt geclaimd, maakt ook deel uit van het
stamgebied. “Grankreek is bekend als deel van ons traditioneel
bosgebied behorende aan de stam der Paramaccaners alwaar wij onze
traditionele activiteiten ontplooien zoals jacht, visvangst en dit
ook gebruiken voor goudwinning door dorpsbesturen van deze stam”,
luidt een passage uit de verklaring.

Geconstateerd wordt dat de afgelopen jaren tal van concessies
zijn uitgegeven aan derden in de directe omgeving zonder de
wettelijke procedure die geldt bij uitgifte van concessies in acht
te nemen. Het traditioneel gezag is daarbij ook niet gekend. “De
stam der Paramaccaners bezit het recht te kunnen beschikken over de
eerder aangegeven bosgebieden die bij wet verankerd staan en
daarvan maken wij gebruik. Bij het uitgeven van concessies dienen
de aanvrager en de uitgever degelijk rekening te houden met de
gevoelens van de plaatselijke bewoners, bij deze de stamleden
alvorens er concessies worden uitgegeven binnen een diameter van
tien kilometer vanuit de oever van de Marowijnerivier”, stelt de
Steungroep.

Niet tegen ontwikkeling

Verder wordt aangevoerd dat in de meeste gevallen bosgebieden
langs de oever van de rivier gebruikt worden voor
landbouwdoeleinden door de stamleden. Daarbij wordt rekening
gehouden met het gegeven dat de oever jaarlijks onder water komt te
staan. Gesteld wordt dat de stam niet gekend is bij de uitgifte van
concessies met als gevolg dat stamleden eerst toestemming dienen te
verkrijgen van de concessionarissen om hun bosgebied te kunnen
betreden voor hun traditionele activiteiten en broodwinning.

De bewoners stellen niet tegen ontwikkeling in hun traditionele
bosgebieden te zijn, “maar het moet niet in strijd zijn met de
wettelijke beginselen die van oudsher bepaald zijn door de staat
Suriname”. Vanwege de recente verwikkelingen zien zij zich
genoodzaakt zich te wenden tot de regering, maar vooral de
ministeries van Natuurlijke Hulpbronnen, Regionale Ontwikkeling en
Sport, Grondbeleid- en Bosbeheer en het ministerie van Onderwijs,
Wetenschap en Cultuur om hen bij te staan “te beschikken over onze
gemeenschapsbossen”.




Gerelateerde artikelen

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina