COMMENTAAR: De buitenlandse dienst

The content originally appeared on: De Ware Tijd Online

19/11/2021 12:00


‘BIBIS HEEFT ALS een van de kerntaken de interactie met de internationale gemeenschap op basis van principes van gelijkwaardigheid, respect voor de soevereiniteit, solidariteit, bescherming en versterking van de rechtsstaat, mensenrechten en democratische waarden en normen, alsmede respect voor internationale beginselen.’ Zo begint een persbericht van CDS waarin het ministerie van Bibis aangeeft hoe de buitenlandse dienst wordt bemenst, nadat een namenlijst van aankomende diplomaten op sociale media rondging.

Het ministerie stelt verder dat alvorens ze benoemd worden de
geidentificeerde kandidaten een uitgebreid proces van voorbereiding
moeten ondergaan. Die bestaat uit een algemeen deel met theorie en
praktijk van diplomatie, een Surinaams deel waarin de specifieke
aspecten van het Surinaamse ontwikkelings- en hierop gebaseerde
buitenlandbeleid uitvoerig aan de orde komen en de aspecten met
betrekking tot taakstelling, functionering en verwachte
rapportages, inclusief protocol. Over de bedoelde voorbereiding
wordt in de gemeenschap nogal wat vraagtekens geplaats.

Een die ook gesteld wordt is wat de buitenlandse dienst, dus
ambassadeurs en andere diplomaten, vanaf Suriname’s
onafhankelijkheid hebben bijgedragen aan de nationale ontwikkeling.
Het aantal ambassadeurs van zwaar kaliber dat de afgelopen 45 jaar
Suriname heeft gediend is op de vingers van een hand te tellen met
uitschieters zoals ambassadeur Henk Heidweiller, nu wijlen. Van
recentere datum kunnen de namen genoemd worden van Manorma
Soeknandan en Henry MacDonald. Dat ambassadeurs en andere
diplomaten ondermaats hebben gepresteerd kan worden toegeschreven
aan de wijze van rekrutering. Vrijwel allemaal waren/zijn politieke
benoemingen waarbij niet de kwaliteit van de kandidaten
doorslaggevend was/is. Ook met de nieuwe lichting zal dat dus het
geval zijn, los van enkele personen die al een behoorlijke staat
van dienst hebben. Met een training van drie weken mag niet
verwacht worden dat zo topdiplameten zullen worden afgeleverd.

Trouwens, opeenvolgende regeringen houden zich al jarenlang niet
aan de wet wat rekrutering betreft. Artikel 6, de leden 2 en 3 van
de wet Buitenlandse Dienst schrijft helder voor wie in de
buitenlandse dienst kunnen worden aangetrokken: Kandidaten moeten
beschikken over een afgeronde universitaire of hogere
beroepsgerichte opleiding, een opleiding aan het Suriname
Diplomaten Instituut of andere diplomatieke opleiding hebben
genoten en met goed gevolg het examen voor de toelating tot de
Buitenlandse Dienst hebben afgerond. Ook personen die minimaal een
afgeronde middelbare of vergelijkbare opleiding hebben genoten en
tenminste twee jaar ervaring hebben opgedaan als ambtenaar belast
met consulaire werkzaamheden komen in aanmerking.

Ook is de president bevoegd op voordracht van de minister
personen die in staat geacht worden Suriname te vertegenwoordigen
aan te stellen, indien zij voldoen aan het profiel van de
desbetreffende functie. Wel moeten zij minimaal de SDI-opleiding of
een daaraan gelijkgestelde te hebben afgerond. Zo lang regeringen
nog op basis van de praktijk van de afgelopen 45 jaar diplomaten
blijven aanstellen, zal de buitenlandse dienst niets anders blijven
dan een platform om politieke loyalisten te accommoderen zonder dat
ze in staat zijn een wezenlijke bijdrage te leveren aan de
nationale ontwikkeling.




Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina