Verhalen zes generaties Javanen poetisch vastgelegd

The content originally appeared on: De Ware Tijd Online

24/04/2022 06:08
-
Audry Wajwakana

Dichter Marius Atmoredjo brengt na twaalf jaar zijn nieuwe dichtbundel ‘Loslaten zullen ze nooit’ uit. Gedichten geinspireerd door de verhalen over zes generaties Surinaams Javanen.
Foto: privecollectie

PARAMARIBO
“Op school heb ik geen literatuurboeken gekregen om te lezen, maar toch had ik een sterke drang om de verhalen over mijn voorouders, die mijn ouders mij vertelden vast te leggen.” Geinspireerd door de verhalen over de zes generaties Surinaamse Javanen heeft Marius Atmoredjo (63) een twintigtal gedichten in zijn nieuwe gedichtenbundel ‘Loslaten zullen ze nooit meer’ opgetekend.

Poetische verhalen die de lezer terugvoeren naar de periode van
de contractarbeid, toen zijn overgrootmoeder Sarinah, 26 jaar oud,
in 1908 van Midden-Java naar Suriname vertrok om er als
contractarbeider in Commewijne te werken. In de gedichten verwoordt
Atmoredjo niet alleen het zware bestaan van de eerste generatie
Surinaamse Javanen, maar ook de generaties daarna, die in Suriname
en Nederland wonen.

“Gedichten die allemaal geinspireerd zijn naar de verhalen van
mijn familie, die van generatie op generatie werden verteld. Ik
vond die verhalen altijd zo mooi en de moeite waard om doorverteld
te worden”, zegt de dichter.

Zijn eerste herinnering van de vertellingen was toen hij twee
jaar oud was. Het gezin Atmoredjo woont dan al in Lelydorp, waar de
huidige De Craneweg is aangelegd en waar de dichter is geboren.
Maar het gebied zag er vroeger nog niet zo mooi uit met een
verharde betegelde weg en aan weerskanten mooie woningen.

In de jaren twintig vestigden veel ex-contractarbeiders van
Javaanse afkomst zich in het dorp Kofidyompo, dat tegenwoordig
bekendstaat als Lelydorp, in het district Wanica. Na de afronding
van haar vijf jarig contract verkreeg de overgrootmoeder van
Atmoredjo, Sarinah, ook een stukje grond in Kofidyompo, aan de kant
die tegenwoordig bekend staat als De Craneweg.

Sarinah’s nieuwe woonplaats was een enorme jungle van maagdelijk
bos, die zij en andere bewoners zelf moesten ontbossen. Zijn
overgrootmoeder kreeg drie kinderen, waaronder Marie, de oma van
dichter, die een stukje grond kocht, een paar kilometers dichterbij
van de hoofdweg. De De Crane weg was in de jonge jaren van de
dichter een smalle zandweg, met in het midden een pol gras, gevormd
door de ezelkarren die erover gingen.

Atmoredjo: “Mensen leefden echt in zware ellende. In
vergelijking met de mensen in de stad waren de medische
voorzieningen, school en infrastructuur pover. Framboesia was
schering en inslag. Mensen liepen hier met gehandicapte oogleden of
neus, want framboesia vreet het lichaam. Een verhaal dat mijn
moeder vertelde was over een man die een schotwond had opgelopen.
Die man werd op een geimproviseerde brandcard naar voren gebracht
en daarna met de trein naar het ziekenhuis in de stad. Hij overleed
onderweg.”

Dit soort verhalen, maar ook over de generaties voor haar
vertelde zijn moeder altijd voor het slapen gaan aan de kinderen.
Hij en zijn twee jaar jongere broer lagen in een innige omhelzing
bij hun moeder op een klossoh (gevlochten mat). “In die houding
vertelde ze de verhalen. Eigenlijk om ons te laten slapen, maar
meer nog om de honger te stillen. We hadden het toen niet zo breed.
Zij kon geweldig vertellen, met zoveel spanning dat we aan haar
gekluisterd waren”, zegt Atmoredjo.



Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina