Suriname participeert in VN-evaluatie mensenrechten

The content originally appeared on: De Ware Tijd Online

03/11/2021 05:59

-
(Bewerkt persbericht)

De Surinaamse delegatie met zittend minister Kenneth Amoksi van Justitie en Politie en staand van links naar rechts Meryl Malone, Santusha Welzijn en Patricia Meulenhof.
Foto: CDS

PARAMARIBO
De mensenrechtensituatie in Suriname is voor de derde keer besproken in de Werkgroep Universele Periodieke Evaluatie (UPR) van de VN-Mensenrechtenraad. Suriname is een van de veertien landen waarvan de mensenrechtensituatie tijdens de 39ste vergadering van deze werkgroep wordt geevalueerd en specifieke aanbevelingen worden gedaan ter verbetering. De vergadering duurt tot twaalf november.

De evaluatie vindt plaats op basis van het nationaal rapport van
het betreffende land, informatie van onafhankelijke
mensenrechtendeskundigen van de VN en andere VN-entiteiten. Maar
ook op baisis van informatie van andere belanghebbenden, zoals
nationale mensenrechteninstituten, regionale en maatschappelijke
organisaties. Suriname heeft van 53 landen aanbevelingen ontvangen
voor verbetering van de mensenrechten.

Een geevalueerd lid kan zijn standpunten over de aanbevelingen,
die tijdens de evaluatie zijn gedaan, kenbaar maken. Het is de
bedoeling dat de UPR-werkgroep op 5 november de aanbevelingen aan
Suriname aanneemt in een formele vergadering. Tijdens die
vergadering zal er tevens een indicatie zijn van het aantal
aanbevelingen dat het land heeft ontvangen en hoeveel meteen zijn
aangenomen.

De Surinaamse delegatie, onder leiding van minister Kenneth
Amoksi van Justitie en Politie zegt uit te zien naar een
voortgezette en versterkte samenwerking met de
mensenrechtenverdragsorganen, het UPR-mechanisme, andere
internationale en regionale organen en diverse nationale
belanghebbenden. Dit gelet op het streven om te verzekeren dat de
rechten en vrijheden van allen die zich op het grondgebied van
Suriname bevinden, worden geeerbiedigd.

In de toespraak van de minister en tijdens de evaluatie werden
vorderingen, specifieke acties en uitdagingen op diverse gebieden
aangehaald, waaronder binnen de gezondheidszorg, toegankelijkheid
van onderwijs in het binnenland, vrouwenrechten, kinderrechten en
rechten van personen met een beperking, staat in een persbericht
van het ministerie.

Verder is ook aan de orde gekomen de aanpak van huiselijk geweld
en andere vormen van geweld, de aanpak en preventie van
mensenhandel en mensensmokkel, het tegengaan en aanpakken van
discriminatie, inclusief discriminatie op grond van seksuele
geaardheid en genderidentiteit.

Ook grondenrechten van inheemsen en marrons, uitvoering van
onder andere het Moiwana- en Saamaka-vonnis, het
operationaliseren van een onafhankelijk Nationaal Mensenrechten
Instituut conform de criteria van de zogenoemde beginselen van
Parijs (Paris Principles) zijn aangehaald. Deze beginselen
omvatten een aantal criteria van de VN voor de instelling van
nationale mensenrechteninstitututen.




Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina