Santokhi uit teleurstelling over povere klimaatacties

The content originally appeared on: De Ware Tijd Online

02/11/2021 09:51

-
Ivan Cairo

President Chandrikapersad Santokhi en de Britse premier Boris Johnson begroeten elkaar tijdens de klimaattop in Glasgow, Schotland.
Foto: via CDS

PARAMARIBO
“Ik kan niet anders dan mijn diepe teleurstelling uiten dat noch de financiele steun, noch de mitigerende maatregelen en de vermindering van de uitstoot, zoals beloofd in 2015, zijn gerealiseerd.” Zo uitte president Chandrikapersad Santokhi woensdag op de tweede dag van de VN-klimaatconferentie, COP26, in Glasgow, Schotland zijn teleurstelling. Grote milieuvervuilende landen zijn hun klimaattoezeggingen niet nagekomen en arme landen, die vrijwel niets bijdragen aan de klimaatbedreigende factoren, krijgen de zwaarste klappen krijgen.

Landen met laaggelegen kustgebieden, zoals Suriname, en kleine
eilandstaten in ontwikkeling, zoals in het Caribisch gebied,
behoren tot de meest kwetsbare landen. Maar deze landen ontvingen
tussen 2016 en 2018 niet meer dan twee procent van de wereldwijde
klimaatfinanciering. “Het medeleven, aangetoond in 2015, lijkt
verloren te zijn”, aldus Santokhi.

“Deze landen, die op geen enkele manier verantwoordelijk zijn
voor de verwoestende oorzaken van klimaatverandering, worden
geconfronteerd met toenemende fiscale problemen, veroorzaakt door
klimaatverlies en -schade; de impact van de aanhoudende
COVID-19-pandemie; stijgende gasprijzen; en schuldenlast.”

Mia Mottley, premier van Barbados, liet een ernstige
waarschuwing horen aan de wereldleiders over de gevolgen van een
stijging van de mondiale temperatuur voor landen zoals Barbados.
Mottley moedigde andere landen aan om zich in te zetten voor de
bestrijding van klimaatverandering. Ze zei dat een
temperatuurstijging van twee graden een “doodvonnis” zal zijn voor
eilandstaten, vanwege de stijgende zeespiegel en extremer weer.
Mottley vroeg om dringende actie: “We kunnen samenwerken met
iedereen die klaar is om te vertrekken, want de trein staat klaar
om te vertrekken.”

Overgang naar groene economie

President Santokhi merkte op dat de landen geen keus hebben dan
nu te handelen en samen te werken. “Alleen door samen te werken
kunnen we de uitdagingen van klimaatverandering het hoofd bieden.”
De president betoogde dat de volkeren en de particuliere sector de
doelstellingen van het klimaatmitigatie- en adaptatiebeleid hebben
omarmd. Er is brede steun voor de overgang naar een groene
economie. Daarom moeten de leiders het met elkaar eens worden over
mechanismen die landen, vooral de kleine eilandstaten in
ontwikkeling en landen met laaggelegen kustgebieden, zoals
Suriname, zullen ondersteunen bij het maken van deze overgang.

“We moeten innovatief zijn in ons denken. Onze dromen van
vermindering van de CO2-uitstoot zullen niet zomaar gebeuren, omdat
we het willen”, zei Santokhi. We zullen, om te blijven
investeren in ontwikkeling, eindgebruikersproducten voor
koolstofreductie, en meer kosteneffectieve technologieen voor het
verwijderen van koolstof,” aldus het
staatshoofd.SantokhiHijconstateertdedubbele standaarden “waarbij
degenen die al hebben geprofiteerd van koolstofgedreven economieen,
willen voorkomen dat opkomende economieen soortgelijke fundamenten
leggen voor politieke stabiliteit, sociale ontwikkeling en
economische welvaart”.

Santokhi zegt tegen deze achtergrond met bezorgdheid kennis te
hebben genomen van de oproep van sommigen in de internationale
gemeenschap, om zonder onderscheid te stoppen met investeren in
nieuwe projecten op het gebied van fossiele brandstoffen. Leiders
moeten beseffen, aldus de president, dat alle goede bedoelingen
minder of niets zullen betekenen als ze niet worden ondersteund
door nieuwe concessionele financiering. Bestaande financiele
instrumenten moeten worden herzien op hun efficientie en
effectiviteit. Suriname slaagde er in moeilijke tijden en vele
verleidingen in om 93 procent van zijn bosbedekking, zijn brede
scala aan ecosystemen en zijn rijke biodiversiteit te behouden.

Dilemma

Suriname blijft zich inzetten om deze inzet vast te houden.
Santokhi: “We zien onze inzet als een morele, ontwikkelings- en
milieu-investering, waarvoor passende compensatie, middelen en
mechanismen moeten worden gecreeerd. Dit om een duurzame transitie
in een groene economie, gebaseerd op hernieuwbare energiebronnen,
te ondersteunen.” Suriname wordt geconfronteerd met een dilemma,
zegt het staatshoofd, hoe zijn uitstoot verder te kunnen
verminderen, zonder de sociale en economische ontwikkeling te
vertragen.

Suriname, als een van de weinige CO2-negatieve landen ter
wereld, heeft gedurfde stappen gezet om mitigatie- en
aanpassingsmaatregelen te vast te stellen. Maar ook om veerkracht
op te bouwen, de effecten van klimaatverandering tegen te gaan en
emissies te verminderen. Dat terwijl de biodiversiteit werd
behouden en duurzaam bosbeheer werd versterkt. De president hoopt
dat de wereld Surinames inspanningen erkent en het land steunt,
terwijl het een nieuwe architectuur van groene ontwikkeling
creeert, waar natuur en moderne ontwikkeling in harmonie
bestaan.

“Suriname blijft zich inzetten voor het Akkoord van Parijs en
met zijn beperkte middelen zullen we doorgaan met het beschermen,
behouden en onderhouden van onze bossen en biodiversiteit, op een
positieve en evenwichtige manier. We verwachten dezelfde toewijding
van iedereen die hier vandaag is samengekomen, en van degenen die
er niet zijn”, aldus president Santokhi.




Gerelateerde artikelen

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina