Pigot verwacht reactie president op mishandeling journalist

The content originally appeared on: De Ware Tijd Online

15/12/2021 15:34

-
Ivan Cairo

Hesdy Pigot kijkt uit naar een statement van de president, een rectificatie van de vicepresident en excuses aan Jason Pinas.
Foto: dWT Archief

PARAMARIBO
NPS-hoofdbestuurslid tevens lid van de Staatsraad, Hesdy Pigot, verwacht dat president Chandrikapersad Santokhi namens de regering uitkomt en de mishandeling van verslaggever Jason Pinas van de Ware Tijd dinsdag door lijfwachten van vicepresident Ronnie Brunswijk scherp veroordeelt. Brunswijk lanceerde dinsdag een verbale aanval op Pinas die een foto maakte van ondersteuners van de vicepresident bij zijn auto die geparkeerd was bij De Nationale Assemblee. De tirade van de vicepresident was voor zijn beveiligers aanleiding om de verslaggever fysiek hard aan te pakken.

De woordvoerder van de vicepresident, Humphrey Dundas, stond er
met zijn neus bovenop en riep de beveiligers toe Pinas niet te
mishandelen. Naderhand vertelde Dundas in een interview met de
STVS dat vanwege weerspannigheid van de journalist hij
door de lijfwachten is mishandeld. “De mishandeling van Jason Pinas
en welke andere journalist dan ook keur ik af. Ik kijk in deze naar
de hoofdverantwoordelijke van de regering, de president, dat die
met een verklaring van afkeuring komt en corrigerend optreedt”,
zegt Pigot.

Hij neemt geen genoegen met de “ongeloofwaardige verklaring” die
Brunswijk over het incident dinsdagavond in het parlement heeft
gegeven. “Ik kijk dus uit naar een statement van de president, een
rectificatie van de vicepresident en excuses die hij aan Jason
Pinas aanbiedt”, zegt het Staatsraadslid. Pigot stelt verder dat de
Surinamse samenleving niet schouderophalend voorbij mag gaan aan
wat de verslaggever is overkomen. Zeker niet als president Santokhi
over deze kwestie niets zegt. “Als samenleving dienen we
gezamenlijk een ferm standunt in te nemen. Ik verwacht ook van alle
politieke partijen een afwijzing van wat zich heeft voorgedaan,
geen een uitgezonderd.”

De politicus vervolgt: “We moeten als samenleving bundelen. We
willen vrij zijn. We willen een vrije pers en wat is gebeurd is een
deuk voor het imago van ons land.” Hij is verder van oordeel dat
ook journalisten als collectief “stappen dienen te nemen” naar
aanleiding van het incident. De mishandeling van Pinas mag niet
zonder consequenties voor de betrokkenen blijven, vindt de
NPS-bestuurder.

Intussen zijn ook anderen uitgekomen met verklaringen over het
voorval bij De Naionale Assemblee, waaronder de
mensenrechtenorganisatie Stichting 8 december 1982. De stichting
noemt het incident een “aanslag op vrije meningsuiting”. Het is
voor haar “een onverkwikkelijke zaak dat veiligheidsmannen van de
vicepresident van ons land zich tegenover een journalist zo
gewelddadig opstellen”.

Pinas heeft een reputatie opgebouwd van een kritische journalist
die onomwonden vragen stelt aan hen die verantwoording aan het volk
verplicht zijn af te leggen, stelt de organisatie. Ze noemt wat
zich heeft voorgedaan “een afschuwelijke misdaad tegenover de
persoon en een gruwelijke schending van de vrije meningsuiting”.
“Een vrije en degelijke pers is essentieel voor een goed
functionerende democratie. Zonder vrije media kan de bevolking geen
geinformeerde keuze maken bij verkiezingen, kan ze niet toezien op
de politieke besluitvorming en is het onmogelijk om een rol te
spelen op het openbare forum”.

Volgens de mensenrechtenorganisatie is het van groot belang dat
de daders snel worden geidentificeerd en voor het gerecht gebracht.
Voorts wordt president Santokhi opgeroepen “dit gedrag tegen over
‘het geweten van het volk’ ten strengste af te keuren en namens de
regering verontschuldigingen aan de vereniging van journalisten in
het bijzonder en aan het Surinaamse volk als geheel aan te bieden
voor dit incident”.




Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina