Mogelijk drugscrimineel in inlichtingenunit president Santokhi

The content originally appeared on: De Ware Tijd Online

13/11/2021 00:00

-
Ivan Cairo

NDP-assembleelid Melvin Bouva stelt de aanstelling van een vermoedelijke drugscrimineel in de top van de inlichtingendienst bij het kabinet van de president aan de kaak.
Foto: dWT

PARAMARIBO
Een man die al ettelijke jaren door de Nederlandse justitie wordt opgespoord wegens drugssmokkel is benoemd als lid van een van de veiligheidheidswerkarmen van de president. NDP-fractieleider Melvin Bouva heeft donderdag hierover vragen gesteld aan de regering en documentatie over deze zaak overhandigd aan de voorzitter van het parlement.

Bouva voerde aan dat recentelijk het Justitieel Interventie Team
(JIT) is ingesteld. Volgens resolutie moet dit team zorgen voor een
bredere aanpak van de grensoverschrijdende criminaliteit,
financiering van terrorisme, mensenhandel, mensenmokkel en smokkel
van wapens en bestaan uit bekwame integere personen van onbesproken
gedrag.

Het JIT wordt volgens de resolutie in zijn werk geadviseerd en
ondersteund door de veiligheidsadviseur van het kabinet van de
president en de Counter Terrorism Intelligence Unit, die is
ondergebracht op het kabinet. Bouva gaat ervan uit dat hetzelfde
profiel dat geldt voor JIT ook geldt voor de Counter Terrorism
Intelligence Unit. Echter blijkt bij deze eenheid op het kabinet
van de president ene C.B. een topfunctie te hebben terwijl de man
vanaf 2005 wordt opgespoord voor cocainesmokkel van Suriname naar
Nederland. Februari dat jaar werd hij zelfs aangehouden wegens
overtreding van de Wet Verdovende Middelen.

In 2006 kwam hij in het vizier bij de Nederlandse justitie, ook
wegens drugshandel en het overmaken van grote sommen geld,
witwassen. De toenmalige minister van Justitie van Nederland
stuurde destijds naar zijn toenmalige Surinaamse tegenhanger,
minister Chandrikapersad Santokhi, een rechtshulpverzoek om C.B. te
kunnen vervolgen. Kennelijk wist hij sindsdien uit handen van
justitie te blijven, meent Bouva. In een andere zaak werd tegen
dezelfde verdachte op 9 mei 2008 opnieuw een rechtshulpverzoek
ingediend wegens drugsmokkel en witwassen.

“Hoe is het mogelijk dat iemand met zo een criminele belasting,
op het hoogste niveau, nu uitgerekend onderdeel is van de
inlichtingendienst welke zich onder andere buigt over drugs, wapen-
en mensensmokkel in ons land?” vroeg de parlementarier. Hij wilde
van de regering weten wat de status is van het strafrechtelijk
onderzoek dat september vorig jaar tegen CB is ingezet. Uit
politiedossiers blijkt dat de man “op een zeer dubieuze manier de
intentie had afluisterapparatuur te plaatsen op het voertuig van
een burger ene A.A., misschien toevallig, ambtenaar op het kabinet
van de vicepresident”.

Nadat A.A. hierover om rekenschap vroeg zou C.B. hebben gesteld
dat A.A. zijn klacht overal mocht deponeren maar geen succes zou
hebben omdat hij de procureur-generaal achter zich heeft en
daarnaast een aantal grote vuurwapens thuis heeft. “Wat doet een
burger, nu een functionaris van de inlichtingendienst, met zoveel
afgeleide macht met zware wapens thuis?” wilde Bouva weten. Volgens
hem kleven er bezwaren aan C.B. en is de integriteit van de JIT in
geding. Bouva: “Ik vraag aan de president een onderzoek in te
stellen en de noodzakelijke maatregelen te treffen om ook zijn
werkarmen en kabinet te zuiveren, ten einde de misdaad adequaat aan
te pakken en de veiligheid van ons als burgers te garanderen.”

Reagerend hierop stelde president Santokhi dat, nadat de door
Bouva aangehaalde zaken op sociale media opdoken, hij samen met
vicepresident Brunswijk hierover afzonderlijke gesprekken heeft
gevoerd met zijn veiligheidsadviseur en de procureur-generaal.
Daarbij heeft hij gevraagd nader onderzoek en evaluatie te plegen
over de personen in JIT en bij de anti-terrorismeunit. Het
staatshoofd zegt de rapportage van de gevraagde evaluatie nog niet
te hebben. Tijdens de vorige regering hebben ook discutabele
benoemingen in de top van de inlichtingendiensten
plaatsgevonden.

Onder andere behoorde de ex-militair Hans Jannasch tot de top
van de veiligheids- en inlichtingenarm van toenmalig president
Bouterse. Jannasch was door de kantonrechter veroordeeld tot een
gevangenisstraf voor zijn betrokkenheid bij een xtc-fabriek in
Uitvlugt. Op vragen van de krant of er geen sprake is van dubbele
moraal daar de oppositie, toen coalitie, geen tamtam had gemaakt
over Jannasch zijn benoeming, antwoordt Bouva dat toen “vanuit
beide kanten” kanttekeningen werden gemaakt. “Daar is er toen ook
aantekening van gemaakt. Maar het is zwak om zaken die nu goed fout
gaan te verhullen met andere zaken uit het verleden. Zo komt
Suriname nooit vooruit. Als beter is beloofd, moet het beter,
anders wordt je daarop afgerekend”, aldus de
NDP-parlementarier.




Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina