IN MEMORIAM: Otmar Buyne

The content originally appeared on: De Ware Tijd Online

06/11/2021 16:02


Foto: Guillaume Pool

IN MEMORIAM
Otmar Buyne was zo’n veelzijdig man dat hij moeilijk in een hokje is te vangen. Verwoed sportliefhebber, psychiater, oprichter van instellingen voor geestelijk gehandicapten en verslaafden, dichter, zelfbenoemd culinair artist, schrijver van kookboeken en eerste zwarte governor van Lions in Nederland. Buyne overleed woensdag 30 november in Capelle aan de IJssel, Nederland op 91-jarige leeftijd

Otmar Buyne, groeide op in de crisisjaren in Frimangron, de
volksbuurt van Paramaribo waar de eerste vrijgemaakte slaven
woonden. Zijn moeder Magdalena Sno, modiste, en vader Eugene Buyne,
die na een avontuur in de goudvelden als bakker bij de firma
Kersten werkte, hadden het met een gezin van zeven kinderen niet
breed. En Buyne voelde al gauw dat hij als ‘blakaman’ als
minderwaardig werd beschouwd. Dat werd thuis nog versterkt door
moeder Sno van wie hij geen Sranantongo mocht spreken terwijl zij
met haar klanten wel vrolijk in die taal babbelde. Maar onder de
hoede van peetoom Marius Sno, die het schoolgeld betaalde, ging
Otmar studeren.

Op de Paulus-muloschool was Buyne op alle fronten een
uitblinker. Hij bleek een kei in turnen op de gymvereniging van de
fraters, ook als bokser en gewichtheffer. Hij werd de eerste
voorzitter van frater Smits Brutus-club ‘ter verheffing van de
oudere jongens en meisjes’ en organiseerde lezingen met mensen als
Albert Helman, Rudolf van Lier en Johan Ferrier evenals film- en
muziekavonden. Maar slaagde na zijn mulodiploma in 1948 toch ook
als beste van tien voor het toelatingsexamen van de Geneeskundige
School.

Zoveel andere dingen

Dat hij die opleiding pas in 1961 afrondde, terwijl zijn beste
vriend Rudy Elsenhout – zoon van Johanna Elsenhout-Schouten – al in
1958 slaagde, was te wijten aan het feit dat Buyne zoveel ‘andere
dingen’ te doen had. Het begon al met de oprichting van de eerste
gymnastiekvereniging voor vrouwen, Dolores, ‘Doelmatige Oefeningen
Leren Ons Regelmaat en Systeem’. Daarbij hoorde ook een clubblad,
de eerste sportkrant van Suriname. Maar verder was er zang, ballet
en drummen en fotografie die alle aandacht opeisten.

Buyne en Elsenhout vormden een productieve tandem en schreven
artikelen voor De Stethoscoop van de Geneeskundige School
en Vooruit, het blad van het Bureau voor Openbare
Gezondheidszorg, waarvoor vriend Guillaume Pool foto’s maakte. In
1955 nam Buyne, na de dood van de arts Sophie Redmond, haar
radioprogramma over en specialiseerde zich in seksuele voorlichting
waarvoor bij de voornamelijk vrouwelijke luisteraars veel
belangstelling bestond. Buyne begon na zijn studie een
artsenpraktijk maar na zijn huwelijk met Johanna van den Stoom, een
sportvrouw, vertrokken ze, hij met zijn artsendiploma op zak, in
december 1961 naar Nederland.

Buyne wilde zich specilialiseren als seksuoloog maar kwam op de
psychiatrische afdeling van het Academisch Ziekenhuis in Groningen
terecht. Daar verdiepte hij zich in de kinderpsychiatrie,
neurologie, werd lid van de Transculturele Psychiatrische
Vereniging en raakte hevig geinteresseerd in zelfmoord. Daarnaast
was er het Groningse studentenleven waar hij zijn oude vrienden
Rudy Elsenhout, Guillaume Pool, Paul Faverey en Percy Werners
ontmoette. Pool en Buyne alias Tata Bodi, beiden kampioenen in
Sranantongo hielden er ‘poezie-wedstrijden’ en organiseerden
Keti-Koti waar Surinaamse studenten als Michael Slory en Dobru op
af kwamen.

Foto: Roy Khemradj
/ Otmar Buyne en zijn een jaar jongere boezemvriend
Guillaume Pool, twee poezie-fanaten in Sranantongo, die in de jaren
zestig van de vorige eeuw de Surinaamse studentenvereniging in
Groningen tot grote hoogte brachten. De foto is gemaakt op 90ste
verjaardag van Pool.

Toen Otmar Buyne in 1973 terugkeerde naar Paramaribo werd hij
niet bepaald met open armen ontvangen. Via Emile Wijntuin van de
Progressieve Surinaamse Volkspartij (PSV) kwam hij terecht op ‘s
Lands Psychiatrische Inrichting waar Frits Jessurun de scepter
zwaaide. Buyne zette zich in voor een afdeling kinderpsychiatrie en
richtte een dagverblijf op voor geestelijk gehandicapte kinderen.
Op 2 augustus 1978 promoveerde hij aan de Universiteit van
Suriname opZelfmoordpogingen, een katamnestisch onderzoek,
gebaseerd op persoonlijke interviews met honderd personen in
Suriname en Nederland.

Buyne had inmiddels een eigen praktijk aan de
Sommelsdijckstraat, was voorzitter van de vakgroep van zenuwartsen
en woonde op eigen kosten als lid van de International Association
of Suicide Prevention internationale conferenties en trainingen
bij. Als man met een grote vriendenkring werd hij al gauw
vice-president van Lions Paramaribo Centraal.

Baanbrekend werk

Zijn benoeming tot directeur van het Dr. Dumontier Militair
Hospitaal en majoor van de militaire geneeskundige dienst opende
nieuwe perspectieven. Buyne recruteerde nieuw personeel van het LPI
en AZ en had plannen voor een privekliniek voor psychiatrie. Maar
op 25 februari 1980 namen de militairen de macht in Suriname over.
Nadat premier Henck Arron medio 1980 met onder andere Frank Essed
werden gearresteerd, vertrok Buyne naar Nederland.

Daar verrichtte hij baanbrekend werk op het gebied van de
transculturele psychiatrie waarbij hij zijn kennis van culturele en
religieuze invloed bij het vaststellen van psychische problemen in
praktijk bracht in de verslaafdenzorg en bij suicide-gevallen.
Buyne had een eigen kliniek in Capelle aan de IJssel en was actief
in de regionale gezondheidszorg in Rotterdam en omgeving. Intussen
schreef hij gedichten en organiseerde in 1989 een serie lezingen in
Rotterdam over de orale tradities van de verschillende
bevolkingsgroepen in Suriname.

Na zijn pensionering in 1994 richtte Buijne de Lions-club
Rotterdam West op en werd benoemd tot eerste zwarte Lions governor
in Nederland. Hij maakte toen pas serieus werk van zijn
belangstelling voor de Surinaamse keuken. In 2000 verscheen zijn
eerste boek Moks-Alesi met tekeningen van Ro Heilbron en
recepten als grundyari tai hori met een verwijzing naar de
voedselpakketten van de bedeling van Johan Adolf Pengel. Lange tijd
kookte hij regelmatig voor zijn oude vrienden in zijn Club Culinair
Exclusief.

In 2019 verscheen een biografie over Otmar Buyne van de hand van
Roy Khemradj onder de titel Kan niet bestaat niet. Het
kleurrijke leven van Otmar Buyne
bij LM
Publishers. Voor het jaar 2021 is Buyne opgenomen in de
vierde editie van de NAKS-Iconenkalender voor de maand november,
zowel zijn geboorte- als sterfmaand.

NAKS-EUFRIE Documentatiecentrum voor de
Afro-Surinaamse Cultuur




Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina