Hoe de ‘petrodollars’ het beste te besteden

The content originally appeared on: De Ware Tijd Online

05/11/2021 20:13


Foto: Pixabay

AANGEBODEN
De recente olie-ontdekkingen voor de kust kunnen onnoemelijke rijkdommen leveren aan Suriname en zijn ongeveer 600.000 inwoners. De voorraad aan koolwaterstoffen voor de kust is echter niet oneindig. Ook kunnen de opbrengsten uit de offshore-oliesector (petrodollars) uiteindelijk verkwanseld worden door financieel wanbeleid. Het is dus zinvol om vast te stellen waar de overheid de komende decennia haar ‘petrodollars’ het beste aan kan besteden. Hiermee wordt voorkomen dat de economische positie van het land en de overheidsfinancien in de toekomst (opnieuw) verslechteren wanneer deze olie- en gasvoorraden uitgeput raken. Er kunnen lessen worden getrokken uit de Venezolaanse economische crisis.

Tekst Vincent Roep

Lessen van
Venezuela

De ineenstorting van de Venezolaanse economie is een van de
ergste (oorlogen niet meegerekend) sinds de val van de Sovjet-Unie
begin jaren negentig. Het Venezolaanse bruto binnenlands product
(bbp) per hoofd van de bevolking een maatstaf voor de welvaart
bedroeg meer dan tien jaar geleden ruim 14.500 US dollar. Hiermee
was Venezuela, net achter Chili, de een na rijkste economie in
Zuid-Amerika en stond het in de wereldtop 50. Venezuela heeft de
grootste oliereserves in de wereld, maar verkeert al zes jaren in
een recessie. Daarnaast kampt het land met hyperinflatie en een
enorme uittocht van de bevolking. De omvang van de Venezolaanse
economie viel met meer dan vijftig procent terug en stortte de
afgelopen jaren in door enerzijds structureel financieel wanbeleid
en anderzijds een daling van de internationale olieprijs en
(stevige) Amerikaanse economische sancties.

Volgens analisten is een centrale factor in de krimp van de
Venezolaanse economie een te grote afhankelijkheid van aardolie. De
niet olie-industrieen zijn vrijwel verdwenen en hun aandeel in de
export is gedaald van ongeveer 25 procent eind jaren ’90 tot minder
dan 3 procent in de afgelopen jaren. Aan het begin van de jaren ’10
leende de regering zwaar op basis van de stijgende olie-inkomsten
en financierde daarmee haar steeds groter wordende sociale
uitgaven. Toen de olieprijzen in 2014 daalden, had Venezuela
minimale besparingen en geen buffers. Hierdoor kampt het land nu
met een tekort aan Amerikaanse dollars om de invoer van zelfs
basisgoederen te betalen. Laat staan om internationale crediteuren
terug te betalen of om zijn olieproductie in stand te houden. De
economie heeft nu een hoogst onzekere toekomst en staat ook nog op
wankele grond te midden van politieke instabiliteit.

De huidige, diepe crisis van de Venezolaanse economie is een
venster op een dystopische (akelige) toekomst voor Suriname.Het
Amerikaanse bedrijf Apache en de Franse multinational Total deden
in 2020drie belangrijke olie-ontdek- kingen in het diepzeegebied
van Suriname. De Maleisische staatsoliemaatschappij Petronas
kondigdekort daarna een olievondst aan in Blok 52. Volgens experts
zullen de jaarlijkse kapitaaluitgaven voor de commercialisering van
deze olievoorraden, de komende jaren honderden miljoenen
Amerikaanse dollars per jaar bedragen. De productie per hoofd van
de bevolking kan die van toonaangevende olieproducerende landen
benaderen. Voor een kleine economie als die van Suriname zijn de
omvang en de impact van deze ontwikkeling onthutsend.

Sovereign wealth fund (SWF)

Een optie om de ‘petrodollars’ duurzaam te besteden is
het instellen van een ‘sovereign wealth fund’
(staatsinvesteringsfonds). Een SWF is gericht op de lange termijn
en bouwt voor toekomstige generaties vermogen op. Het opgebouwde
vermogen kan indirect het vertrouwen in de Surinaamse dollar
vergroten. In het slechtste geval kan men het opgebouwde vermogen
aanwenden om de waarde van de Surinaamse munt te verdedigen.

Door het onderbrengen van de baten uit de offshore-oliesector in
een SWF kan een jaarlijks rendement behaald worden. Deze
opbrengsten kunnen worden opgenomen in de overheidsbegroting en aan
de huidige generatie worden besteed of (bij voorkeur) worden
herbelegd. Door richtlijnen vast te stellen over de besteding van
het rendement van het SWF kunnen ‘rent seeking’ en
corruptie voorkomen worden. ‘Rent seeking’ (politieke
rente) is de inspanning van maatschappelijke partijen om publieke
gelden te genereren.’Rent seeking’ondermijnt economische groei
omdat er tijd en geld verloren gaan bij de verdeling van rijkdom en
niet bij de creatie daarvan.

De kans bestaat dat de overheid, als onderdeel van
korte-termijnbeleid, de regels voor het besteden van het rendement
van een SWF verandert. Een ander zorgpunt is dat een SWF een vals
gevoel van veiligheid geeft en de fiscale discipline kan
ondermijnen. Bij het instellen van een SWF dient de overheid daarom
duidelijk aan te geven wat het doel daarvan is. Overdracht van geld
uit het SWF naar de overheidsbegroting dient gecontroleerd te
worden door een onafhankelijke monetaire autoriteit als de Centrale
Bank. Het SWF moet beheerd worden door onafhankelijk en
professioneel management dat gecontroleerd wordt door een
onafhankelijke toezichthouder (sterke governance en
risicomanagement).

Staatsschuldreductie

Een andere optie om de ‘petrodollars’ duurzaam te
besteden is aflossing van de staatsschuld. Belangrijke voorwaarden
voor het succes van deze optie zijn dat de opbrengsten uit de
offshore-oliesector gescheiden worden van de overheidsbegroting en
dat ze uitsluitend gebruikt worden voor staatsschuldreductie.
Daarnaast moet de staatsschuldreductie met ‘petrodollars’
als maatregel komen bovenop de ‘normale’ inspanningen voor
de reductie van de overheidsschuld en het verkleinen van het
overheidstekort. Deze optie is aanvullend op en dus geen vervanging
van prudent financieel-economisch beleid.

Als deze mogelijkheid wordt gekozen dan moeten burgers,
vakbonden en werkgeversorganisaties bewust worden gemaakt van het
doel en het belang van staatsschuldreductie. Dit om te voorkomen
dat er (grote) politieke druk ontstaat om de
‘petrodollars’ (direct) uit te geven. Slechts het
jaarlijks rendement dat gehaald wordt met het (deels) aflossen van
de staatsschuld, kan opgenomen worden in de overheidsbegroting en
besteed worden aan de huidige generatie. Dit rendement is gelijk
aan de rente die de overheid normaal zou moeten betalen over het
gedeelte van de staatsschuld dat is afgelost. In de jaren ’10 is de
buitenlandse schuld sterk gestegen. Door de verslechterde
creditratings van Suriname zijn er toen ook veel schulden
aangetrokken op de internationale kapitaalmarkt tegen hoge
rentevoeten. De relatief hoge rente op deze staatsschulden maakt
deze optie aantrekkelijk.

Investeringsfonds

Een derde mogelijkheid om de opbrengsten uit de
offshore-oliesector duurzaam uit te geven, is de oprichting van een
investeringsfonds voor de versterking van de veerkracht van de
economie. Daarbij staan diversificatie van de industrie, digitale
transformatie van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s),
modernisering van openbare instellingen en regelgeving, verbetering
van de digitale connectiviteit en uitbouw van de binnenlandse
infrastructuur (wegen, water en lucht) centraal.

Een investeringsfonds is gericht op toekomstige generaties. Een
investeringsfonds kan echter zorgen voor een hogere reele
wisselkoers omdat de opbrengsten uit de offshore-oliesector
binnenlands worden uitgegeven. Een ander nadeel is dat een
investeringsfonds ‘rent seeking’ in de hand kan werken als
individuen of belangengroepen lobbyen voor de financiering van
investeringsprojecten. In bepaalde gevallen kan er zelfs sprake
zijn van onrendabele investeringen. Een onafhankelijke instantie
moet daarom vooraf de rentabiliteit van projecten met een
kosten-batenanalyse analyseren. Alleen projecten met een positieve
kosten-batenanalyse mogen worden uitgevoerd. Dit om te voorkomen
dat projecten met een marginaal positief effect op de Surinaamse
economie worden gefinancierd.

Delicate evenwichtsoefening

Kan Suriname de valkuilen van Venezuela vermijden waar het
korte-termijnbeleid het heeft gewonnen van de langetermijnvisie?
Venezuela heeft de laatste decennia haar ‘petrodollars’
niet (duurzaam) geinvesteerd. De Verenigde Arabische Emiraten en
Koeweit investeren consequent een deel van hun
‘petrodollars’ in SWF’s. Toen de aardolieprijs in 2014
instortte, had elk van deze landen een financiele buffer opgebouwd
die drie tot vier keer zo groot was als hun economie. Een
dergelijke strategie helpt om fluctuaties van de aardolieprijs af
te vlakken, maar vereist een hoge mate van discipline. Een andere
duidelijke les van Venezuela is om niet te afhankelijk te worden
van een enkele inkomstenbron.

Het wordt voor president Chan Santokhi een delicate
evenwichtsoefening. De overheid speelt een cruciale rol bij de
ontwikkeling van de offshore-oliesector, door het vaststellen van
robuuste en onafhankelijke regelgeving en het instellen van goed
doordacht en stabiel fiscaal beleid. Deze voorwaarden bieden een
kader voor de samenwerking met ‘international operators’
(internationale exploitanten). Suriname concurreert met de
ontwikkelingsprojecten voor natuurlijke hulpbronnen van andere
landen voor de enorme kapitaalinvesteringen van deze internationale
bedrijven. Politieke stabiliteit en economische voorspelbaarheid
bepalen in belangrijke mate hun bereidheid tot investeren en het
rendement dat ze verwachten te halen. Stabiliteit en
voorspelbaarheid zijn dus waardevolle troeven als Suriname en al
zijn inwoners willen mee profiteren van de ontwikkeling van de
offshore-oliesector.

‘Sabi du na espresi’

Er kunnen beslist lessen worden getrokken uit Venezuelas
economische crisis. Er moet voorkomen worden dat Suriname in
dergelijke problemen terecht komt. De offshore-oliesector ontluikt
en belooft de rijkdom van Suriname te transformeren. Hoe de
opbrengsten uit deze sector het beste te besteden, is daarom het
thema dat centraal moet staan in het politieke debat van vandaag.
‘Sabi du na espresi’ is tenslotte een gezegde in het
Sranantongo dat gebezigd wordt om uit te drukken dat tegen beter
weten in handelen verwerpelijk is.




Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina