Covid-19-pandemie zet hogere druk op braindrain gezondheidssector

The content originally appeared on: De Ware Tijd Online

02/03/2022 00:00
-
Ivan Cairo

Minister Amar Ramadhin van Volksgezondheid.

PARAMARIBO
Mede door de Covid-19-pandemie is een aantal medische specialisten en verpleegkundigen de afgelopen maanden naar het buitenland vertrokken. Belangrijke reden voor het vertrek zijn de toegenomen werkdruk en achterblijvende financiele beloning. Dit wordt bevestigd door minister Amar Ramadhin van Volksgezondheid en Mukesh Simboedathpanday, voorzitter van de Vereniging van Medici in Suriname (VMS).

Ook voormalig voorzitter van de Nationale Ziekenhuisraad, Manodj
Hindori, benadrukt dat medische specialisten uit de ziekenhuizen
zijn weggetrokken. “Tot nu toe is er een exodus van elf medische
specialisten onder wie internisten, anesthesiologen, een
vaatchirurg, een kinderarts en een nefroloog. Ik denk dat ongeveer
150 verpleegkundigen en een aantal OK-assistenten de ziekenhuizen
hebben verlaten voor wat “beters” met name de financiele
waardering”, zegt Simboedathpanday. De meeste mensen gaan naar
landen in het Caribisch gebied.

De VMS-voorzitter geeft aan dat artsen hun bijdrage willen
blijven leveren bij het beleid van het ministerie Volksgezondheid.
Volgens de voorzitter zijn de redenen voor de braindrain in de
gezondheidssector uiteenlopend, varierend van persoonlijke
omstandigheden tot financiele perikelen. Veel artsen hebben een
hoge studieschuld bij de Nationale Ontwikkelingsbank met vooral de
hoge rente die eraan gekoppeld is, die niet veel verschilt van de
commerciele banken. Ook de geldontwaarding speelt een belangrijke
rol.

Geldontwaarding

Door de waardevermindering van de Surinaamse dollar dient men 3
tot 4 maal zo hard te werken om de vaste lasten en andere uitgaven
op het zelfde niveau bij te benen. Daarnaast komt bijkijken de
werkdruk en demotivatie. De leemte zal volgens de voorzitter moeten
worden opgevuld door de Surinaamse artsen die nu in het buitenland
zijn. Zij zullen snel hun studie dienen af te ronden en terugkomen
om de schouders onder het werk te zetten.

Manodj Hindori, ex-voorzitter van de Nationale Ziekenhuisraad en
directeur van het St. Vincentius Ziekenhuis (SVZ), zegt dat ook
zijn hospitaal te maken heeft met het wegtrekken van
verpleegkundigen. Het gaat om zowel ‘gespecialiseerde
verpleegkundigen’ als ‘algemene verpleegkundigen’. De trek bij SVZ
is voornamelijk naar de overheidsziekenhuizen, waarschijnlijk omdat
de salarissen en andere voorzieningen daar vaak iets beter zijn. Er
zijn ook enkele verpleegkundigen die naar het buitenland zijn
vertrokken.

Hindori benadrukt dat het vertrek van verpleegkundigen zeker
impact heeft op de dienstverlening. Het is moeilijker om bepaalde
diensten draaiende te houden. Het overig verpleegkundig personeel
moet vaker ingeroosterd worden om de diensten te draaien en dat
levert een bepaalde werkdruk voor ze op. “Ik besef dat dit niet
gezond is, daarom apprecieer ik ten zeerste de verpleegkundigen en
al het personeel dat zich blijft inzetten voor de zorg voor onze
patienten,” zegt de directeur.

Beloning

Bij SVZ proberen ze het vertrek van verpleegkundigen tegen te
gaan door een betere beloning aan te bieden. Een structurele
oplossing zou volgens hem zijn, een gelijke beloning voor
verpleegkundigen in alle ziekenhuizen, zowel overheid als
particulier. “Dan gaat men veel minder hoppen van het ene
ziekenhuis naar het andere voor een relatief klein loonverschil.
Het zou dan veel meer neerkomen op de satisfactie en de
zorgkwaliteit op de werkplek,” stelt Hindori.

Minister Ramadhin van Volksgezondheid zegt dat tijdens de WHO
World Essembly in september vorig jaar het vraagstuk van braindrain
in de gezondheidssector ook aan de orde is gesteld. Vooral
low-income cuntries hebben aangegeven dat ze gespeciliseerde
krachten hebben en gekwalificeerd personeel. Maar vanwege het feit
dat andere landen veel meer kunnen bieden en betere voorwaarden
verstrekken aan deze groepen van zorgwerkers ze een grote
aantrekkingskracht hebben. Minister Ramadhin constateert dat de
braindrain in Suriname niet nieuw is. In het onderwijs vindt dit al
decennialang plaats.

Er zijn organisaties die medisch personeel zocht om tegen
aantrekkelijke voorwaarden te gaan werken in landen als Aruba,
Curacao, Saba, Sint Maarten en Bonaire. Het loon dat ze in die
landen kunnen krijgen kan de gezondheidssector in Suriname niet
bieden. Dit vanwege de slechte financiele sitiatie in het land.
Tijdens de WHO meeting is een beroep gedaan op de landen die hogere
salarissen bieden rekening te houden met de situatie van de andere
landen. Ook is de low-incomelanden geadviseerd hun loonreeksen voor
werkers in de gezondheidszorg te verbeteren “en de verhoudingen
niet schever worden”.

De minister zegt dat tijdens recente besprekingen met de VMS is
aangegeven dat het bieden van hogere tarieven mogelijk de
braindrain zal vertragen, uitstellen of stoppen. Het probleem is
echter dat als de beloning in een bepaalde sector wordt aangepast
er rekening moet worden gehouden dat ook de werkers in andere
sectoren van de economie hogere salarissen zullen bedingen. De
scheve loonsverhoudingen die de afgelopen jaren is ontstaan mag
niet verergeren. Er dienen juist aanpassingen gepleegd te
worden.

Een vraagstuk is ook dat vanwege de ongelijke salariering tussen
ziekenhuizen er ook onderling braindrain plaatsvindt.
Ziekenhuispersoneel gaat naar de hospitalen die beter betalen. In
2018 kreeg het personeel van overheidsziekenhuizen een
loonsverhoging van 25 procent, maar dat konden de particuliere
ziekenhuizen niet opbrengen. Dit had als gevolg dat een groot deel
van het personeel in die ziekenhuizen is overgestapt naar de
overheidsziekenhuizen. Intussen is een nieuw Loonstructuur aan de
overheid aangeboden. Op basis daarvan zal de komende periode de
salariering in de gezondheidssector worden verbeterd met als doel
het personeel te behouden.



Gerelateerde artikelen

Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina