COMMENTAAR: Ongekleurde informatie, een recht

The content originally appeared on: De Ware Tijd Online

23/04/2022 12:25


VICEPRESIDENT RONNIE BRUNSWIJK heeft recent in zijn functie als waarnemend president geweigerd journalisten te woord te staan. Hij zei na te zullen denken wanneer hij weer met de pers zal praten. Niet lang daarna verscheen op de Facebookpagina van het directoraat Volkscommunicatie dat de waarnemend president het volk breed wil informeren en gebruikmaakt van beschikbare kanalen om de gemeenschap toch van informatie te voorzien.

Het is meer dan duidelijk dat de boycot die door journalisten
was ingesteld – en na twee maanden is opgeheven – tegen de
vicepresident hem dwarszit en dat hij kennelijk probeert op deze
manier zijn gram te halen. Het is jammer dat de staatsman voor deze
werkwijze kiest. Informatie geven is de plicht van de regering,
echter zich laten bevragen door journalisten geeft aan hoe goed een
regeringsleider tegen kritiek kan en ook hoe transparant
functionarissen zijn.

De vicepresident heeft toegelaten dat zijn lijfwachten een
journalist, die zijn werk deed op internationaal aanvaardbare en
erkende wijze, aftuigden. Hij heeft daarna in De Nationale
Assemblee, het huis van het volk, gelogen voor de journalist.
Immers, er zijn beelden die dat bewijzen. Daarom was de boycot
ingesteld. Het is jammer dat de vicepresident steeds laat zien dat
hij niet voor rede vatbaar is en dat zijn ego het wint van de
redelijkheid en billijkheid die van een staatsman mogen worden
verwacht.

De vicepresident communiceert volgens hem afdoende via
socialemediakanalen en staatsmedia. Dat is vaak
eenrichtingsverkeer. Een monoloog om de eigen zaak te bepleiten
zonder dat kritische vragen gesteld en kanttekeningen worden
geplaatst. Dat is waar de vicepresident niet tegen kan. Brunswijk
is niet gediend van kritiek en heeft er overduidelijk moeite mee
dat er moeilijke vragen worden gesteld. Die kunnen handig worden
omzeild op sociale media en via staatsmedia. Hij toont zich daarmee
geen vriend van de democratie.

Echter, wat nog zorgwekkender is, is dat volgelingen en zelfs
volksvertegenwoordigers zijn gedrag goedpraten en hem zelfs daarin
aanmoedigen en ondersteunen. Die mensen weten vaak dondersgoed dat
wat de vicepresident doet – en de president toelaat – de
internationale toets van democratie en goed bestuur niet doorstaan.
Doch, in eng eigen belang blijven ze een leider volgen en ontzeggen
ze zichzelf en de burger het recht op neutrale informatie.

Brunswijk moet beseffen dat het feit dat hij en grote delen van
zijn familie nu een baan hebben, komt omdat wij als volk belasting
betalen. Daarmee komt de verplichting mee om te bewerkstelligen dat
het volk informatie krijgt die niet voorzien is van een dikke laag
partijpropaganda.

Waar de regering ook rekening mee moet houden is dat Suriname
internationaal overal om ondersteuning vraagt. Er zijn maar weinig
organisaties die een land zullen ondersteunen waar de persvrijheid
niet wordt hooggehouden. Of denkt de vicepresident dat IMF en de
Wereldbank via zijn socialemediakanalen willen worden geinformeerd
over het wel en wee in Suriname?



Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina