COLUMN: Voedselschuur en voedselbuur

The content originally appeared on: De Ware Tijd Online

07/03/2022 14:00
-
ROZENGEUR

Gerold Rozenblad

Caricom-leiders hebben tijdens hun laatste bijeenkomst afgelopen week op Belize het belang onderkend van het opvoeren van de regionale voedselzekerheid. De gemeenschappelijke markt smeekt meer dan ooit om volledig te worden geimplementeerd en de landen moeten meer investeren in de agrarische sector. De verwikkelingen in de wereld nopen de Caricom ertoe om zichzelf een spiegel voor te houden voor wat betreft simpelweg een bordje eten op tafel.

De Barbadiaanse premier Mia Mottley onderstreepte dat veel
gewassen die in de regio worden gegeven, simpele gewassen zijn die
in zes tot acht weken te oogsten zijn. Onze president zat erbij en
keek waarschijnlijk naar zijn schoenpunten. Ooit propageerden wij
de voedselschuur van de regio te willen worden. Daarvan is niets
terechtgekomen, terwijl de regio meer dan ooit schreeuwt om
voedsel.

De term voedselschuur werd al aan het einde van de derde termijn
van president Ronald Venetiaan gefluisterd. Zijn opvolger, Desi
Bouterse, riep er luidkeels om. Een kreet die in elk geval de
eerder genoemde Mottley hoorde. Ze kwam in november 2018 zelfs naar
Suriname om met Bouterse te bespreken dat land ter beschikking werd
gesteld zodat Barbadiaanse boeren er aan schapenteelt konden doen
en ook land voor vooral knolgewassen beschikbaar werd gesteld.
Mottley vertrok na een rondleiding waarbij haar werd aangetoond
hoeveel beschikbaar land wij hebben. Nu vier jaar later weten we
dat er nooit serieus werk van de afspraken is gemaakt. Een deel van
de geidentificeerde grond ging naar vrienden en wat overbleef was
te weinig.

Ondertussen bleef Mottley niet stil zitten en begon een vrijage
met onze westerburen. Kennelijk wakker geschud beloofde Chan de
vorige maand, toen hij Mottley in Guyana ontmoette, dat de
afspraken nog overeind staan en Suriname de draad oppakt. Alleen de
daden ontbreken nog. Maar nu wil de regio dat Suriname meer dan dat
oppakt.

De Guyanese president Irfan Ali rekende voor dat de regio bijna
99 procent van zijn pluimvee uit gebieden buiten de Caricom
importeert. Pluimveevlees is het product met het op zes na grootste
importvolume in de regio. Met een waarde van 747 miljoen US dollar
is pluimvee het op twee na duurste importproduct, ging de rekenles
van Ali verder. Hoe Ali tot deze conclusie komt weet ik niet, maar
ga er gevoegelijk vanuit dat dit na overleg met Chan is geweest,
namelijk dat als Suriname investeert in een gecertificeerde
verwerkingsfabriek, ons land niet alleen de invoer kan verdringen,
maar ook aan export van pluimvee kan doen.

En toen begon ik mij af te vragen of dit kipverhaal niet
hetzelfde wordt als dat van de schapen. Immers, er bestaat al een
plan om in Suriname een verwerkingsfaciliteit op te zetten, met een
capaciteit van bijkans zesduizend kippen per dag. Met export
opties. En nu komt het: alleen doet het ministerie van LVV er alles
aan om het initiatief de nek om te draaien.

Ik heb er eerder al over geschreven, de strijd van de Doksenclub
om gecertificeerde broedeieren te blijven importeren, terwijl LVV
dit weigert, zich beroepend op vogelgriep die in Europa heerst.
Terwijl de Doksenclub en LVV verwikkeld zijn in rechtszaken die in
feite erop neerkomen of goedkeuring van de Nederlandse Voedsel- en
Warenautoriteit wel leidend moet zij voor de import, is ons
buurland bezig lustig uit het zelfde Nederland dezelfde eieren te
importeren voor de zich aldaar ontwikkelende kipsector. De
Doksenclub staat op instorten. Hoe ironisch.

Ooit leerden wij onze buren rijst te ontwikkelen, vandaag zijn
ze vele maten groter dan ons op dit stuk. Mottley kwam eerst naar
ons voor schapen en landbouwgewassen, nu maakt ze plannen met de
buren. En als kers op de taart zijn wij bezig eigenhandig een
veelbelovende sector naar de slachtbank te leiden. Dit tot genoegen
van onze buren die al vroeg hebben aangegeven dat zij aangedreven
door de oliedollars in rap tempo hun agrarische sector willen
ontwikkelen. Wij wilden zo graag de voedselschuur zijn. Echter, bij
voortdurend beleid zullen we spoedig aankijken tegen onze
voedselbuur.

[email protected]



Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina