Boete voor Newmont en Chisu om Cubaanse explosieven

The content originally appeared on: De Ware Tijd Online

23/04/2022 16:09
-
Ivan Cairo


PARAMARIBO
Goudmultinational Newmont is door het Amerikaanse ministerie van Financien een boete opgelegd wegens overtreding van het handelsembargo tegen Cuba. Dat heeft het ministerie op haar website bekendgemaakt. De sanctie werd getroffen omdat Newmont Suriname, een dochteronderneming van het in Denver gevestigde Newmont Corporation, via een tussenhandelaar, in Cuba vervaardigde explosieven en accessoires heeft aangeschaft voor de operaties in de Meriam-goudmijn. Chisu International Corporation, een ander Amerikaans bedrijf, dat betrokken was bij de transacties is ook een boete opgelegd.

De bedrijven zijn beboet voor het indirect zakendoen met de
Union Latinoamericana de Explosivos (ULAEX), behorend tot het
Cubaanse militaire consortium Grupo de Administracion Empresarial,
S.A. (Gaesa). Ulaex is een bedrijf van het ministerie van de
Revolutionaire Strijdkrachten van Cuba (Minfar). Gaesa wordt geleid
door generaal-majoor Luis Alberto Rodriguez Lopez-Calleja, de
schoonzoon van Raul Castro die door de VS op de lijst is van
personen en entiteiten waarmee Amerikaanse bedrijven geen zaken
mogen doen. Lopez-Calleja is ook ‘senior-adviseur’ van president
Miguel Diaz-Canel van Cuba.

OFAC

Met name tussen juni 2016 en november 2017 kochten Chisu en haar
dochterondernemingen in Suriname en Panama vier keer explosieven en
aanverwante accessoires van Cubaanse oorsprong die afkomstig waren
van ULAEX ten behoeve van Newmont Suriname voor de mijnactiviteiten
in Suriname. De Office of Foreign Assets Control (OFAC) van het
ministerie van Financien geeft aan dat Newmont “vrijwillig de
schijnbare schendingen heeft bekend en constateert dat de
schijnbare schendingen een niet-ernstige zaak vormen”.

Chisu heeft niet vrijwillig openheid van zaken gegeven. Newmont
kreeg een boete van 141.442 US dollar en Chisu 45.908 US dollar.
OFAC constateert dat de overtreding van het handelsembargo niet
opzettelijk was, maar meer uit onzorgvuldigheid en onwetendheid
over de regels bij de Newmont- en Chisu-medewerkers die betrokken
waren bij de transacties. Al bij de eerste aankoop was duidelijk
dat de goederen uit Cuba afkomstig waren.

“Desalniettemin heeft de distributeur van Newmont Suriname twee
extra bestellingen van ULAEX uitgevoerd, zonder dat Newmont hiervan
op de hoogte was. De cognossementen die bij alle vier de
transacties in kwestie waren betrokken, identificeerden echter
duidelijk ULAEX en haar adres in Cuba als de bron van de
explosieven en explosieve accessoires,” concludeert OFAC.

Verder wordt aangegeven dat de extra zendingen vanuit Cuba tot
stand kwamen “omdat een medewerker van Newmont Suriname de
implicaties van het aangaan van transacties met betrekking tot
goederen van Cubaanse oorsprong niet begreep. De werknemer van
Newmont Suriname die bij de eerste transactie betrokken was, had
niet deelgenomen aan de training over Amerikaanse export- en
handelssancties die werd gegeven door Newmont-compliancemedewerkers
en, althans gedeeltelijk, als gevolg daarvan de relevante
sanctieverboden niet begrepen”.

Ook wordt aangevoerd dat de inkooporders van Newmont Suriname
geen uitdrukkelijke verklaringen bevatten dat artikelen die aan
haar worden geleverd niet afkomstig mogen zijn uit jurisdicties
onder embargo, noch heeft Newmont Suriname om informatie over het
land van herkomst gevraagd voor de goederen die zijn verkregen van
haar leveranciers.

Onvoldoende opleiding

Deze zaak toont, aldus OFAC, het belang aan voor Amerikaanse
bedrijven die internationaal opereren om robuuste
nalevingsprogramma’s omtrent sancties te hebben in hun hele
bedrijfsstructuur, ook bij hun buitenlandse dochterondernemingen en
gelieerde ondernemingen. Onvoldoende opleiding van personeel bij
buitenlandse dochterondernemingen en gelieerde ondernemingen kan
leiden tot gemiste ‘red flags’, zoals verwijzingen naar het land
van herkomst van producten, wat kan leiden tot verboden transacties
of betrekkingen.

“Deze zaak benadrukt ook het belang van het instellen van sterke
controles bij leveranciers en het uitvoeren van voldoende
transactieonderzoek om tekortkomingen in de naleving te
identificeren en onmiddellijk te verhelpen,” stelt OFAC. Bij het
bepalen van de sanctie heet OFAC zowel “verzwarende” als
“verzachtende” actoren in overweging genomen. Onder andere wordt
gesteld dat Newmont en Newmont Suriname hebben nagelaten een
minimale mate van voorzichtigheid of zorgvuldigheid te betrachten
met betrekking tot de Amerikaanse sanctievereisten toen ze goederen
van Cuba via een derde partij aanschaften.

Newmont en Newmont Suriname hadden redelijkerwijs moeten weten,
op basis van alle direct beschikbare informatie en met de
uitoefening van redelijke zorgvuldigheid, dat hun gedrag zou leiden
tot een kennelijke overtreding. Ook het feit dat Newmont, met haar
dochterondernemingen en filialen over de hele wereld, een grote en
geavanceerde organisatie is die wereldwijd opereert als een
toonaangevende goudproducent met ervaring en expertise in
internationale transacties, werd in aanmerking genomen.

Als verzachtende omstandigheid werd aangevoerd dat Newmont en
Newmont Suriname in de vijf jaar voorafgaand aan de transacties die
aanleiding gaven tot de schijnbare overtredingen geen boete was
opgelegd of kennisgeving van enige overtreding van OFAC had
gekregen. Het volume en het totale bedrag van de betalingen die ten
grondslag liggen aan de overtredingen waren niet significant in
vergelijking met het totale volume van de transacties die door
Newmont en Newmont Suriname op jaarbasis werden ondernomen.

Daarnaast hebben de twee maatschappijen vlot meegewerkt aan het
onderzoek van OFAC, onder meer door namens Newmont en Newmont
Suriname een vrijwillige zelfonthulling in te dienen en een
tolovereenkomst met OFAC te tekenen. Newmont heet verder verklaard
dat het momenteel corrigerende maatregelen implementeert als
reactie op de overtredingen door het geven van uitgebreide training
voor exportnaleving en landspecifieke embargo’s, screening van
geweigerde personen en vereisten voor exportvergunningen, zoals
evenals het ontwikkelen van een reeks formele schriftelijke
beleidslijnen en procedures om transacties met ongeautoriseerde
bestemmingen, partijen of activiteiten te voorkomen.



Reageren op dit bericht? Bezoek onze Facebook-pagina